Bezinning uit het bos: een impressie
Oorspronkelijk gepubliceerd in de kersteditie van Die Heilige Taube
| Paden door het bos |
Ik
word wakker. 5 uur. Het is nog donker. In de verte hoor ik de muziek
al schallen uit één van de tempels. Dit land is onvoorstelbaar. Het
maakt niet uit hoe ver van de bewoonde werelde je af gaat, waar er
mensen zijn, is er religie. En dan niet het soort religie van braaf
stil in een kerk gaan zitten, maar liefst één van zoveel mogelijk
lawaai maken gecombineerd met een bonte geuren- en kleurenkakafonie.
Ik
kijk om me heen. Vaag zie ik de contouren van mijn hut. Buiten hoor
ik enkele insecten zoemen en een eenzame vogel die ook vroeg is
opgestaan. Geen tijd om me nog eens om te draaien, er is werk voor de
boeg. Ik sta op en trek een t-shirt en een broek aan die ik onder
normale omstandigheden al lang de was in had gedaan. Maar niet hier.
Elke dag buiten werken, het immer warme klimaat – constant zweten –
en het feit dat de was met de hand moet gebeuren, je standaarden
zouden voor minder verlagen. Ik vraag mij af hoe die vrouwen in hun
sari’s er elke dag zo piekfijn uit kunnen zien.
Ik
ben in het bos. Ja, het bos. Ik woon hier. In een hutje. Nee, dit is
geen sprookje, het is mijn alledaagse leven. Mijn bestaan als
godsdienstleerkracht kon mij niet de voldoening geven die ik wou. Het
schoolsysteem was mij te beperkend, te conformistisch, te
hiërarchisch. Ik vond er niet de diepgaande band met anderen en
spiritualiteit waar ik naar op zoek was. Dus besloot ik alles achter
te laten, mijn baan, comfortabele huis, mooie kleren, wasmachine en
erop uit te trekken, de natuur in, naar het verre Oosten.
6
uur. Samenkomst. Glimlachende gezichten, een beetje yoga en knuffels,
veel knuffels. Gewapend met schup en hark trekken we het bos in. Er
bestaat vast een efficiëntere manier om dit te doen, maar ach, wat
maakt het uit. We zijn hier niet om geld te verdienen. Sadhana
Forest is de naam van de gemeenschap waar ik woon, een
waterbehoud- en herbebossingsproject op het platteland in het zuiden
van India. Het maakt deel uit van Auroville, een ‘experiment
in universeel samenleven’ om ‘het bewustzijn van de samenleving
naar een hoger niveau te tillen’. Gesticht in de jaren ’60 door
de volgelingen van een Indische goeroe wil Auroville de stad van de
toekomst zijn: spiritueel, duurzaam, wars van economische logica en
met plaats voor mensen van alle achtergronden, afkomsten en religies.
![]() |
| Kamer met uitizcht - foto (c) Cynthia Tina |
9u30.
Ontbijt. Het voelt goed om handenarbeid te doen. Dat is wat anders
dan altijd maar achter mijn bureau zitten. Fruit en veganistische
pap. Niet veel soeps, maar dat is ok. Thuis is het nu de
kerstperiode. Koud, donker en vol lichtjes. Het voelt vreemd daar nu
aan te denken. Hier is het warm en felle zon. Geen kerstliederen maar
mantra’s uit tempelluidsprekers. Mis ik het gezellige
kerstsamenzijn? Misschien een beetje. Van de andere kant, de
gemeenschap lijkt wel één groot familiefeest dat maar blijft duren.
14u.
Het werk zit erop. Ik stap op mijn brommer – zo’n aftands Indisch
model (Hopelijk start hij!) – en trek erop uit. Ik voel de wind in
mijn haren, de zon op mijn gezicht – pas op, koe op de weg – en
voel me vrij, vrij zoals ik me nog nooit gevoeld heb. Indië is een
land voor de plantrekkers. Ik leef met niet meer dan wat ik
strikt nodig heb – misschien zelfs wat minder (Stromend water is
toch geen overbodige luxe, niet? Tafels en stoelen, iemand? En dan
zwijg ik nog van airconditioning!) Niks bindt mij. Geen belastingen,
geen afbetalingen, deadlines, vervelende directeurs of ongehoorzame
kinderen. Iedereen is hier omdat hij hier wil zijn, met heel zijn
hart. Werd er 2000 jaar geleden ook niet iemand geboren in een hutje
op het platteland, tussen koeien en ver van de beschaving?



:-)
BeantwoordenVerwijderen