Open deuren intrappen

Vandaag zat ik binnen met mijn jas aan. ‘Wat is daar nu zo bijzonder aan?’ hoor ik u denken. Wel, ik zal het u zeggen.
Nu het terug kouder begint te worden, begint het weer. Ik snap het niet waarom, maar die Vietnamezen doen nooit ergens de deur dicht. Sterker nog, ze maken er een sport van om tegen alle deuren dikke keien te leggen (geen idee waar die vandaan blijven komen) om ze gewoon constant open te houden. ‘Maar doe dan toch die deur dicht!’ heb ik zo vaak gedacht terwijl ik in mijn bureau zat (mijn bureau geeft, zoals veel kamers hier uit op buiten), het is hier koud, snap je dat dan niet?
Nee, ik kon er echt niet bijkomen waarom ze dat nu deden. Was het vergeetachtigheid? Deden ze het met opzet? Ontelbare keren heb ik mij eraan geërgerd. Maar ’s avonds, als je gaat slapen, doe je de deuren toch wel dicht? Oh nee, de voordeur van het gebouw waarin ik slaap staat dag en nacht wagenwijd open. En de hele dag liep ik deuren te sluiten, als mijn persoonlijke kruistocht. Het is hier dan wel een boeddhistisch klooster en we moeten de dingen nemen zoals ze zijn, maar dit euvel zou ik toch wel rechtzetten. Op een dag zouden ze het wel beu worden, op een dag zouden ze tot inzicht komen. En maanden en maanden wachtte ik op die dag. Maanden en maanden vervolgde ik mijn kruistocht.
Gisteren, na bijna een jaar hier te zijn, sprak ik eindelijk een Vietnamese broeder erop aan. Het was vroeg in de ochtend en fris, ik was lekker warm en knus mijn bureautje in gevlucht en hij kwam daar vrolijk binnen, zette de deur vast achter zijn kei en legde zich languit in de zetel. Nu moet ik er toch eindelijk eens iets van zeggen, dacht ik.
Gek he, dat iets je zo lang kan irriteren, maar dat je er nooit iets van zegt, omdat je – ja waarom eigenlijk? Het komt gewoon niet in je op, wat de ander doet is zo vreemd, zo onbegrijpelijk (en reken daar nog eens een taalbarrière bij), dat gewoon het idee dat je er normaal over zou kunnen communiceren niet eens in je opkomt. Je lijkt zo vast te zitten in je eigen denkbeeld, dat je je niet kan voorstellen dat er een zinvolle verklaring kan zijn voor wat daarbuiten valt.
Maar toen vroeg ik het hem dus. En hij zei: ‘Maar thuis doe ik dat ook zo. In Vietnam laten wij altijd ramen en deuren openstaan, zo warm is het daar.’ En met een triomfantelijke glimlach op zijn gezicht voegde hij eraan toe: ‘Maar nu heb ik mij aangepast aan het Franse klimaat,’ wijzend op de dikke jas en muts die hij aanhad (ja, dat was nog zoiets vreemd aan die Vietnamezen, als het ook maar een beetje koud was, liepen ze altijd en overal, en ook binnen, rond met dikke jas en muts.)
Hier moest ik even bij stilstaan. Dit was een kleine cultuurshock. Dus blijkbaar bestaat er in hun cultuur geen verschil tussen binnen- en buitentemperatuur. Dat ik het nooit had kunnen bedenken, maar ja, dat is eigenlijk wel logisch ja. Maar het blijft toch vreemd dat ze onder ‘aanpassen’ dan verstaan nog steeds ramen en deuren open laten en dan gewoon heel de tijd in dikke truien rond te lopen, in plaats van gewoon verdorie die deur dicht te doen en je jas uit te doen, zoals elk weldenkend mens zou doen.
Maar weet je wat nog het vreemdste van al was? Dat ik gewoon zo koppig was en altijd mijn jas uitdeed als ik ergens binnenkwam, om dan telkens weer kou te lijden, deuren dicht te beginnen doen en me te irriteren.

Dus vandaag zat ik gewoon binnen met mijn jas aan. De deur stond open, maar dat stoorde me niet. En weet je? Ik had het lekker warm en verder niets.


Reacties

Populaire posts